Voertuigen

Traject hulpverlening

Het wagenpark, met wat nodig is om op de dag van de inzet niet voor een stilstaande terreinwagen te staan.

De voertuigkaart

Kenteken, merk, model, bouwjaar, brandstof, kilometerstand, zitplaatsen. De status zegt of het voertuig beschikbaar is, in onderhoud of buiten dienst — en als je het in onderhoud zet, kun je erbij zeggen tot wanneer en waarom, zodat wie het zoekt weet waar hij aan toe is in plaats van te gaan bellen.

Het wagenpark

Categorieën scheiden wat echt verschilt: inzetvoertuigen van logistieke voertuigen. Maak er geen twintig: twee of drie is bijna altijd genoeg.

Het voertuig bij de dienst

Aan een dienst kan een voertuig hangen. Dat doet twee dingen: wie uitrukt weet welk voertuig hij pakt, en jij ziet of hetzelfde voertuig aan twee ploegen tegelijk is beloofd.

Documenten en vervaldata

Verzekering, APK, wegenbelasting: die zet je met hun datum op de kaart. Wat gaat verlopen komt op het dashboard, samen met de andere verlopende documenten van de organisatie.

Het ritformulier

Elke uitruk kan een formulier achterlaten: wie reed, vertrek en terugkomst, kilometers, brandstof en opmerkingen. Invullen is niet verplicht — maar het redt je als iemand een half jaar later vragen stelt over een uitruk.

Waar te beginnen

Voer de voertuigen in met kenteken en status. De documenten zet je erbij als je de papieren bij de hand hebt: het systeem vraagt niets tot jij het iets geeft.